Het ene netwerk is het andere niet. Er zijn talloze technische verschillen die deels bestaan uit verschillen in protocollen, de manieren waarop de communicatie tussen de computers in een netwerk plaatsvindt. Veel bedrijven en overheidsinstellingen gebruiken de protocollen zoals die zijn afgesproken in het zogenaamde Open System Interconnection model. Dit OSI-model is in 1984 voorgesteld door de Internationale Organisatie voor Standaardisatie. Maar hoe belangrijk standaardisatie ook mag zijn, Internet heeft haar eigen protocollen. Er is sprake van twee culturen, twee visies op het netwerken, die onder meer tot uiting komen in de manier waarop binnen de verschillende netten de elektronische post wordt doorgegeven. Binnen Internet geldt over het algemeen het Simple Mail Transfer Protocol (SMTP). SMTP speelt zich af op basis van het elders genoemde TCP/IP protocol (een gedetailleerde uitleg zou hier te ver voeren). Als iemand op Internet een bericht verstuurt van computer A naar computer B, zorgen de computers op de tussenliggende route voor een rechtstreekse verbinding, alsof er een kabel van A naar B loopt. Het kan ook anders: een bericht kan doorgegeven worden naar de eerstvolgende computer in een netwerk, die het opslaat en het later naar de volgende stuurt et cetera, tot het zijn eindbestemming heeft bereikt. `Store and forward' heet dat in het Engels, opslaan en doorgeven. Als je de eerste methode vergelijkt met faxen, kun je de tweede vergelijken met papieren post zoals de PTT die afhandelt: van brievenbus naar postkantoor naar volgend postkantoor et cetera. Binnen het OSI-model is store and forward de enige methode, met protocolnaam X.400. X.400 is begrijperlijkerwijs veel trager dan SMTP en bovendien rekenen OSI-netwerkexploitanten voor deze geavanceerde service enorme bedragen (guldens per A4'tje) in vergelijking tot Internet. Een andere eigenschap van X.400 is de ingebouwde controle op adressen waarvan en waarheen e-mail loopt. Een organisatie kan in een volgens X.400 geprogrammeerde computer de post van bepaalde afzenders en naar bepaalde adressen blokkeren. Resultaat van dit technische verschil is een meer hiërarchisch en controleerbaar postsysteem, waarin het netwerken via spontane communicatie met de buitenwereld kan worden uitgeschakeld. Verschillende Nederlandse minis-teries gebruikten nog niet zo lang geleden alleen X.400. Pas onlangs kregen ze van Binnenlandse Zaken toestemming voor gebruik van het Internetprotocol. En zo kon het gebeuren dat tot ver in 1994 iedereen vanuit Nederland een e- mailbericht kon sturen naar president Clinton van de VS, maar dat Wim Kok via dit medium alleen bereikbaar was voor e-mailgebruikers op een door de overheid goedgekeurde lijst.