Dit gebruik van datacommunicatie werkte aanstekelijk: het inspireerde Tjerk Zweers tot het opzetten van het HIV+ BBS in Amsterdam. Andere mensen, waaronder Matthew, speelden met een vergelijkbaar idee. In de Verenigde Staten richtte ondertussen de non Mary Elisabeth onafhankelijk hiervan het AEGIS-netwerk op om HIV- en AIDS-informatie gratis ter beschikking te stellen. Via via raakte Tjerk met haar in contact. De verschillende initiatieven, van Tjerk, de groep rond Matthew, en Mary Elisabeth, kwamen samen. Dit leidde tot de oprichting van de stichting HIVNET. Tjerks bulletinboard veranderde in HIVNET-Amsterdam en met AEGIS werden afspraken gemaakt, waardoor alle AEGIS-informatie ook op HIVNET is te raadplegen. Matthew, "eigenlijk ben ik maar een kabelboer", was een van de drijvende krachten achter HIVNET. Hij beschrijft hoe een klein groepje vrijwilligers -- later met steun van de HIV-vereniging en onder andere met subsidie van het AIDS-Fonds -- het netwerk in hoog tempo uitbreidde: van een lokaal bulletinboard op een Ataricomputertje bij Tjerk thuis tot een netwerk van bulletinboards in Nederland, verbonden met zusternetwerken in Europa en de rest van de wereld.
Sindsdien is het net alleen maar gegroeid. HIVNET-Nederland bestaat nu, juli 1994, uit vier bulletinboards die onderling hun berichten uitwisselen: HIVNET-Amsterdam, HIVNET-Limburg, HIVNET-Brabant en HIVNET-Rijnmond. Er bestaan plannen voor uitbreiding naar meer steden. Bij deze BBS'en staan ongeveer vijftienhonderd mensen als gebruiker geregistreerd. Bovendien staan de Nederlandstalige berichten op vrijwel al de honderden Fidobulletinboards die Nederland rijk is en enkele in België. De goede bereikbaarheid van HIVNET -- vaak via een lokale telefoonverbinding -- brengt het zo dicht mogelijk bij de voornaamste doelgroep, onder het motto: 'dial locally, act globally'.
Tweemaal per dag legt HIVNET-Amsterdam via een snel modem telefonisch contact met AEGIS in Amerika om informatie uit te wisselen. Amsterdam verspreidt de informatie van AEGIS verder binnen Nederland en via haar contacten met de andere takken van HIVNET, die de afgelopen jaren in diverse Europese steden zijn opgericht: in Londen, Parijs, Berlijn, Rome, Barcelona, Lissabon en binnenkort Kopenhagen. De kosten daarvan blijven voor Amsterdam beperkt, omdat de meeste buitenlandse takken zelf bellen. In Londen gaat de informatie bovendien naar de computer van GreenNet, en vandaar via het APC-netwerk de wereld rond, onder andere naar Oost-Europa, Azië en Afrika. En ten slotte is er sinds enige tijd een verbinding met Internet -- tot voor kort als experimentele opstelling via een pc bij Matthew in de huiskamer, nu via het netwerk van de Universiteit van Amsterdam. Deze hele infrastructuur bestaande uit AEGIS, HIVNET en APC heet GENA, Global Electronic Network for AIDS. HIVNET is er de Europese tak van.
Onder de bestanden vind je elektronische tijdschriften als AIDS Treatment News, AIDS Daily Summary (een soort knipselkrant) en het Bulletin of Experimental Treatment of AIDS. De meeste komen van het Amerikaanse AEGIS-netwerk. Matthew: "Mary Elisabeth is er veel geld aan kwijt om vanuit commerciële systemen sommige van die tijdschriften te downloaden. Een aantal krijgt ze gratis." Beschikbare Europese bladen zijn AIDS Treatment News NL, HivNieuws (allebei Nederlands), Action (van Act Up! Parijs), AIDS Nachrichten (Duits) en Body Positive UK (Engels). Behalve de ruim vijfentwintig tijdschriften vind je onder de bestanden bijvoorbeeld ook al het materiaal van de AIDS-conferentie in 1993 in Berlijn of handige software.
AIDS.NL is volgens Matthew uitgegroeid tot een van de actiefste area's. Het aantal berichten overstijgt verre dat van de AEGIS-area's. Alleen al in 1993 waren het er vijfentwintighonderd. Zoals gezegd, het zijn niet alleen droge, technische of feitelijke stukjes. HIVNET is voor velen ook belangrijk als sociaal netwerk. Naar verschillende ziekenhuizen kun je tegenwoordig je laptop met modem meenemen om vanuit je bed het contact met de andere HIVNET'ters te onderhouden. Bij tijd en wijle tref je een aanstekelijke hartelijkheid aan:
* Subj : Weet je...
Lieve Nico, ik probeer je nu wat te schrijven met en
superzatte kop, en nog wel en plein ublique.......
Weet je, als ik onze berichten - en natuurlijk ook van
anderen - vergelijk met berichten in Engelsde/Amerikaanse
ares, denk ik tich dat we veeeeeeeeel meer aan elkaaar
hebbe dan waar ok twer wereld.........
Giechel en Jank....
('k bnen alkyij al een wispelturiohg typje geweest,,,,)
Grinnmik
* *
*** Marco *** ..
-____-
* Origin: Poekie's Gekkenhuis / HIVNET Amsterdam
Soms is het of je een van ver weg gestuurde ansichtkaart leest:
KUUUUZZZZZZEEEENNN en heeeeeel veeeeeeel berenknuffels..... Vriendschappen zijn
ontstaan tussen mensen die elkaar zonder HIVNET nooit ontmoet zouden hebben.
Knetterende ruzies komen overigens ook voor.De gezelligheid heeft tevens zijn keerzijde, meent Matthew. Waar anderen elders in dit boek vooral de publieke deelname aan discussies op netwerken prijzen en het zelfcorrigerende vermogen van de berichtenstroom dat daar het gevolg van is, signaleren HIVNET-medewerkers ook een ander fenomeen. Matthew: "Tjerk heeft een bericht geschreven over de drempel voor nieuwe mensen. Hij schrijft ongeveer dat je het gevoel krijgt dat je bij een verjaardagsfeest zit waar iedereen elkaar kent, behalve jij. En dat ze allemaal een bepaalde vorm van humor hanteren waar jij niks van snapt. Het is eigenlijk de job van een systeembeheerder om als goede gastheer of -vrouw mensen te ontmoeten en rond te leiden. Maar het probleem is dat mensen die alleen lezen letterlijk onzichtbaar zijn. Anderzijds kan de mogelijkheid om anoniem te lezen voor veel mensen juist een groot voordeel zijn. Je kunt op je gemak zoeken naar informatie, zonder dat je je bloot hoeft te geven." Matthew noemt als voorbeeld een man die getrouwd is en zich stiekem heeft laten testen. Hij bleek seropositief te zijn, maar durft er niets mee te doen. Overigens kun je op HIVNET ook anoniem schrijven -- via een schuilnaam. "Een concessie die we afgedwongen hebben bij de Fido-organisatie. Want op een normale Fido-area geldt de afspraak dat je je eigen naam gebruikt."
Behalve het berichtengebied AIDS.NL is er nog een heel scala aan internationale berichtengebieden, waarin vooral Europees en Amerikaans wordt gecommuniceerd. Zo vind je bijvoorbeeld AIDS.Drugs (een lijst van de huidige medicijnen), AIDS.Spiritual (een gebied omschreven als 'Chat with spiritual flavour'), AIDS.Trials (over medicijnproeven), AIDS.Data (allerlei nieuws rond AIDS) en AIDS.Dialogue (communicatiegebied over alles wat met AIDS en HIV te maken heeft). In de meeste gebieden kun je meteen een reactie op een bericht intikken. Een uitzondering is AIDS.Data. Er wordt op computernetwerken namelijk nogal eens oeverloos geleuterd of er worden (voor sommigen) domme vragen gesteld. (Een vaak gehoord voorbeeld rond AIDS: kan ik AIDS krijgen van een muggesteek?) Om dit probleem het hoofd te bieden heeft Mary Elisabeth de berichten op AEGIS opgedeeld in AIDS.Dialogue en AIDS.Data. In AIDS.Data kunnen alleen zij en nog een paar mensen berichten zetten. Als je iets in AIDS.Data kwijt wilt, stuur je het naar haar en beslist zij over plaatsing.
Sinds een jaar is er ook AIDS.Women. "Tot nu toe een wat achtergebleven gebied", zegt Matthew. Nee, de vraag ernaar kwam niet voort uit de georganiseerde vrouwenbeweging. "Zo werkt het niet. Een gevolg van het netwerkgebeuren is een individualisering. Er waren in dit geval gewoon vrouwen die graag een apart gebied wilden, om niet overspoeld te worden met algemene dingen."
Een nieuw plan van HIVNET is een vraagbaak voor patiënten. In november 1994 begint een proef waarbij een consulent bij het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam via HIVNET gestelde vragen doorgeeft aan AIDS-behandelaars. Het initiatief gaat samen met een aansluiting van het AMC op HIVNET. Matthew: "De verpleegkundigen wilden heel graag een HIVNET-aansluiting hebben, want daar komt de informatie veel sneller binnen. Daarnaast bleek op een vergadering van alle internisten dat ze allemaal wilden meedoen aan de vraagbaak."
Buiten al deze gebieden zijn er nog die niet iedereen onder ogen krijgt. Zo gebruikt de afdeling Limburg van de HIV-vereniging het BBS voor haar interne communicatie. En direct betrokkenen bij HIVNET hebben in hun eigen besloten area wereldwijd overlegd over het opzetten van een nieuw board in Barcelona.
Zijn er meer voorbeelden van actievoeren waarbij HIVNET een rol speelt? Matthew: "Ik denk dat Act Up! Amsterdam anders is gaan werken, doordat het veel meer informatie ter beschikking heeft. Er zijn waarschijnlijk meer mogelijkheden dan tot stand gebracht zijn. Zeker in de VS, waar Act Up! toch een beetje achterloopt in het gebruik van datacommunicatie. Het is daar wel groot, maar draait eigenlijk op fax, telefoontjes en groepsbijeenkomsten."
Sinds de HIVNET/AEGIS-informatie via Internet en APC naar het Zuiden gaat, komen ook de klachten: "Het is allemaal heel interessant, maar het is eigenlijk meer frustrerend dan handig om te horen over experimentele geneesmiddelen als d4t, terwijl de kans dat wij dat ooit krijgen 0,0 is." Matthew: "Zij zouden er meer aan hebben als iemand de ervaring had dat acupunctuur of Chinese kruiden effectief zijn, want dat valt er wel toe te passen. Iemand uit Mozambique, dacht ik, had zich geabonneerd op een aantal gebieden, maar die heeft hij opgezegd. Hij vond ze wel interessant, maar de prijs ervan door de dure telefoonverbinding in verhouding te hoog. Over de AIDS Daily Summary blijft men in het Zuiden wel enthousiast." Een informatiestroom van het Zuiden naar hier wil maar niet echt van de grond komen. Matthew: "Ik heb het geprobeerd, maar er komt niks van. Er is iemand in Brazilië die mij een aantal dingen gestuurd heeft. Maar daarna heb ik niets meer van hem gehoord. Ik wil het geen passiviteit noemen, maar er ontbreekt toch wel een soort dynamiek. Misschien denken ze dat hun informatie niet interessant is, of ..."