14. De Bezette Gebieden: politieke gevoeligheid van de openbare ruimte | Inhoudsopgave | 16. Serendipiteit en de veranderde oriëntatie op de wereld

15. Netiquette en de vrijheid van vooroordeel in het Wilde Westen

Aan de vele accenten waarmee de voertaal, Engels, wordt gesproken herken je deelnemers uit onder andere Duitsland, Nederland, Engeland en de VS. Onderwerp: censuur op BBS'en en netwerken. Datum: 4-8-1993. Plaats: de HEU, Hacking at the End of the Universe, een door Hack-Tic georganiseerde bijeenkomst van zevenhonderd hackers, netwerkers en alternatieve automatiseerders die hun tenten hebben opgezet op de ANWB-camping in de Flevopolder. Het weer is lekker en terwijl in de mobiele vegetarische keuken van Rampenplan vrijwilligers het eten bereiden, debatteren zo'n twintig mensen zittend in het gras over de vraag: laat je alle openbare berichten toe op netten en bulletinboards of grijp je in, bijvoorbeeld bij racistische of seksistische taal, bij oeverloos geleuter of eindeloze politieke manifesten na een of andere knal. En wie grijpt er dan wel in en hoe. Een uur gezichtspunten en dilemma's.


Naar het begin van dit hoofdstuk

De vrijheid van vooroordeel

De lancering van de twee tegenstrijdige idealen: 'totale vrijheid van meningsuiting' versus 'geen racisme, seksisme en fascisme' brengt de discussie op gang. Je moet in ieder geval beleefde taal gebruiken, vindt men. "Mensen krijgen een verschil van mening en in plaats van het werkelijk over de argumenten te hebben, zeggen ze: 'Je bent een klootzak.' 'Nee, jij bent stom.'" Flamen heet dat in netwerkjargon; volgens onderzoeken verleidt datacommunicatie makkelijker tot dit grove taalgebruik dan een face-to-face-gesprek. Maar je kunt beleefdheid niet alleen omschrijven als het achterwege laten van lompe taal. En bovendien is er een interpretatie- en dus een definitieprobleem: "Wat voor de een erotiek is, is voor de ander porno." En: "Als je aan een jood en een Amerikaan vraagt wat volgens hen een fascist is, dan krijg je totaal verschillende meningen." Of: "Sommige mensen reageren uit angst voor homoseksualiteit." Zeker binnen de wereldgemeenschappen die computernetten vaak zijn, kunnen de interpretaties uiteenlopen. "Ik heb het recht te denken en te voelen wat ik wil. Ik ben vrij om vooroordelen te hebben." En vooroordelen mag je ook aan anderen mededelen, immers: "Als je het hebt over vrijheid van spreken, dan heb je het over totale vrijheid van spreken. Of je rechts of links bent doet er niet toe." "Nee, totale vrijheid van mening en uitdrukking bestaat alleen in de geest. 'Die Gedanken sind frei.' Maar daarbuiten, met mensen in de openbare ruimte, kan complete vrijheid niet worden uitgeoefend. Je hebt beperkingen en regels nodig, die volgens mij dynamisch moeten zijn en niet rigide."


Naar het begin van dit hoofdstuk

Een openbare bibliotheek van meningen

Op bulletinboards en netwerken zijn informatie en discussies verdeeld over wat in het ene netwerk 'conferences' heet, in het andere 'newsgroups' of 'area's': een verzameling berichten over een specifiek onderwerp. Dus als een gebied of nieuwsgroep je niet aanstaat, blijf je erbuiten. "Iedereen kan naar de omschrijving kijken: zal ik worden beledigd door iets dat daar wordt geschreven, of niet? Zo ja, dan ga ik er niet bij, tenzij ik een tegenstandpunt te berde wil brengen." "Dus de racisten hebben hun eigen groep en de fascisten hebben hun eigen groep en de fundamentalisten en de pornoliefhebbers?" "Er kunnen allerlei verschillende ruimtes zijn binnen cyberspace: wild-westachtige landen of heel prettige fundamentalistisch antiracistische ruimtes."

De bibliotheek als metafoor: "Wat doen we met de geschiedenis als we fascistische boeken verwijderen? Je hoeft ze niet per se te kennen en te lezen, maar ze zijn er, ze moeten verzameld worden, ze zijn deel van ons verleden en ons heden. Als we de boeken die ons niet bevallen verwijderen, handelen we een beetje zoals sommige mensen nu voorstellen in cyberspace te handelen. Fascistische meningen zijn meningen. Natuurlijk is het goed dat mensen erop reageren: het is de groepsdynamica die cyberspace op een bepaalde manier tot een democratische ruimte kan maken, mèt zijn tekortkomingen, mèt opkomende dictaturen. In het laatste geval moet je revolutie in die ruimte maken of ergens anders heengaan." "Maar als je het bekijkt vanuit een gebruikers-perspectief: jouw naam staat niet in dat fascistische boek. We kunnen het lezen, we kunnen erover discussiëren of we dat boek in de bibliotheek willen of niet. Maar het hoeft je niet persoonlijk te raken. Maar als je een bericht ontvangt op een netwerk waarin iemand allerlei erge dingen over je zegt en jijzelf en je vrienden lezen het, dan voel je dat het kwetst. Dus de vergelijking gaat niet echt op."

De wettelijke bescherming die in dergelijke gevallen geldt, is op netwerken extra moeilijk te handhaven. Anti-discriminatiewetten gelden voor alle publieke uitspraken, ook die op het net. Het probleem is de bewijsvoering. Als je de afzender met zekerheid kunt identificeren, kun je het bericht uitprinten en ermee naar de politie gaan. Maar de moderne datacommunicatie biedt talrijke manieren om anoniem te blijven. "Stel dat ik een bericht onder valse naam plaats, waarin ik zeg dat ik morgen Lubbers, de president van Holland, ga opblazen", veronderstelt een Amerikaan. "Dan uit ik een bedreiging. Het probleem is het bewijs. En misschien is het alleen bluf." En die valt weer onder de vrijheid van meningsuiting.

Rechtbanken op Internet die een netpersoonlijkheid, de naam waaronder een gebruiker opereert, van het net kieperen of bepaalde berichten verwijderen, lijken nog ver weg. Maar wie weet.


Naar het begin van dit hoofdstuk

De normen

Hoe dan ook, er gelden normen in cyberspace. Soms heel expliciet. Zoals: houd je aan het onderwerp, of: geen commerciële berichten in nieuwsgroepen. En ook wel vaak: geen flaming, of: verveel mensen niet met eindeloze uitwijdingen. Sinds enige jaren bestaat het begrip 'netiquette', het 'Hoe hoort het eigenlijk?' van de publieke netwerken. Een beetje netwerkhandleiding besteedt er wel een paragraafje aan. Sommige normen blijken pas uit de opgeroepen reacties bij overschrijding, bijvoorbeeld: gij zult niet het commerciële belang van de systeemeigenaar schaden.

Op diverse manieren worden de normen gehandhaafd. Soms is er één persoon of groep die beslist over toelaatbaarheid van berichten: vaak de sysop (systeembeheerder), de systeemeigenaar of de moderator (een soort discussieleider) van een nieuwsgroep of mailinglist. Zo werkt het bijvoorbeeld op het Fidonet. Als je iets doet dat de moderator niet bevalt, krijg je twee keer een waarschuwing en als je niet luistert, wordt je eraf gegooid. In andere gevallen stuur je je bijdragen aan een moderator en die beslist over plaatsing. Daar is veel voor te zeggen, al was het maar om lezers te vrijwaren van geleuter. AIDS.Data op HIVNET werkt bijvoorbeeld zo. Maar de normen zijn die van de moderator: "Je praat nu over moderators als mensen die precies weten wat goed en slecht is, wat seksisme, racisme en fascisme is. Maar ik heb heel seksistische moderators ontmoet. Er was niets met ze te beginnen."

Is zo'n al dan niet verlichte dictatuur eigenlijk wel nodig? Een gebruiker staan ook zelf wegen open. Zo kun je je eigen individuele moderator zijn met een zogenaamde killfile. Het is een hulpmiddel behorend tot de programma's waarmee je berichten leest. Het 'killt' voor jou persoonlijk berichten over bepaalde onderwerpen of van bepaalde personen. Die krijg je dan niet meer te zien. Het schermt je af van onderwerpen die je niet boeien of van vervelende berichten.

En waarom geen democratisch moderatorschap, waarbij de gebruikers door stemming beslissen over het verwijderen van bepaalde bijdragen, of een gekozen moderator? Daar zitten ook haken en ogen aan: "Soms heb je heel informele organisaties, waar iedereen heen kan gaan. Mensen kunnen afspreken allemaal naar dezelfde bijeenkomst te gaan en zodoende winnen bij een stemming. Zoiets is ook mogelijk met een informele gemeenschap als de deelnemers aan een BBS." Op het radicale en anarchistische BBS De Zwarte Ster is zo'n verkiezing wel eens voorgesteld door een groep corpsballerige types die daar een tijdelijk plekje had ontdekt voor haar oeverloos studentikoos gezwam. Mooi dat het collectief van systeembeheerders het roer in eigen hand hield en de identiteit van het BBS handhaafde.

Niettemin: "Je hebt nu collectieven voor wonen, collectieven voor werken en je kunt naar een mailinglist of een BBS kijken als een collectief doel. Er zijn experimenten in het echte leven waarbij mensen een minimum aantal regels hebben. Misschien kunnen we dat ook toepassen op bulletinboards en mailinglists, om een gezond en vriendelijk netwerk te hebben. Een actieve gebruikersgroep kan zeggen: dit willen we met het netwerk: geen persoonlijke aanvallen, geen haatdragende taal et cetera. Maar dan is nog niet duidelijk wat dat betekent. Sommige mensen geloven echt in de vreselijke dingen die ze beweren. Ze weten niks, ze zijn stom. Je moet wat ruimte laten voor mensen om zichzelf op te voeden, om te luisteren naar de antwoorden en te ontdekken dat ze het verkeerd hadden. Maar op een gegeven moment moet een groep gebruikers kunnen besluiten dat het te ver gaat en dan de moderator kunnen vragen er iets aan te doen, iemand van de mailinglist te verwijderen. Dat is dan het resultaat van een discussie op het netwerk. Maar vanaf het begin moet nieuwe gebruikers duidelijk worden gemaakt dat het zo gaat en dat het hun verantwoordelijkheid is, dat het netwerk of de mailinglist of het BBS alleen kan bestaan dankzij hun zorg voor het handhaven van een vriendelijke omgeving."

Ook totaal ongemodereerde nieuwsgroepen blijken in de praktijk trouwens een sterk zelfregulerend vermogen te hebben. Deelnemers, vaak nieuwkomers, wordt zonodig gewezen op de netiquette en er wordt beleefd gediscussieerd. Nou ja, meestal: "Als je naar een groep over abortus of een ander bijzonder heikel onderwerp gaat, dan is er inderdaad een hoog flaminggehalte, maar so what ..."


Naar het begin van dit hoofdstuk

Knokken

Soms wordt een conflict gewoon uitgeknokt: "Als iemand een fascistisch bericht plaatst, krijgt hij een enorme hoeveelheid reacties. Als hij doorgaat met berichten posten die duidelijk ingaan tegen de wil van veel leden van die groep, dan zullen ze hem uiteindelijk het net uitjagen. Naar mijn ervaring met veel groepen op Usenet eindigt het met het flamen van de flamer."

Het kan ook anders uitpakken. Iemand legt uit hoe ze ondanks alles met anderen afscheid heeft moeten nemen van een mailinglist. "Er was weliswaar een moderator, maar er waren helemaal geen regels, hij zorgde alleen voor het systeem. Plotseling verschenen er nare berichten over homoseksuelen. Het waren gebruikers die in zekere zin alleen maar bang waren. Ze hadden geen idee van homoseksualiteit en AIDS. Ze vonden het walgelijk en plaatsten oproepen om homoseksuelen te doden. Ik werd woedend en dat was het begin van een lang gevecht. Mijn antwoorden waren gebaseerd op mensenrechten, waardigheid, respect, integriteit. Ik werd een 'feminist' genoemd. Feministen en homoseksuelen, dat was voor hen hetzelfde soort. Er kwamen berichten als: we moeten je verminken en dit en dat met je doen. Het was erg pijnlijk, want vrienden van mij zaten ook op dat netwerk en ik wou er niet gewoon uitstappen. Er ontstonden twee kampen. Het ene was voor vrijheid van spreken, geen regels. Maar anderen zeiden: 'Als je ze niet verwijdert, zullen sommigen van ons vertrekken, we kunnen dit niet meer aan.' Het hele netwerk was bezig elkaar hierover berichten te sturen, terwijl die groep gewoon maar door kon gaan. Ik heb het opgegeven, samen met een aantal vrienden. Hoe lang wil je deze dingen echt blijven bediscussiëren met dit soort mensen? Er is een grens."

Zelfs killfiles hadden geen zin. "Het was een kleine mailinglist: maar tweehonderd mensen, waarvan er zo'n dertig à veertig altijd actief waren. In ieder bulletinboard of mailinglist heb je een bepaalde stijl. Op deze mailinglist waren de meeste berichten commentaren of reacties op vele andere berichten. (We hadden namelijk de afspraak om maar één bericht per dag te sturen, vanwege technische beperkingen.) De gewraakte onderwerpen zaten samen met andere in één bericht en vielen zodoende niet selectief te weren door middel van een killfile." Het middel werd zelfs tegen haar gebruikt: "Een van deze 'bad guys' schreef: 'Ik weet zeker dat je homoseksueel bent, dus zet ik je in mijn killfile.'"


Naar het begin van dit hoofdstuk

De censuurmarkt

Soms is de strijd een belangenconflict tussen eigenaar en gebruikers van een netwerk. Iemand vertelt hoe Prodigy, een Amerikaanse netwerkaanbieder, zijn commerciële belang dacht te verdedigen. "Alle berichten worden gescreend door werknemers van Prodigy. Onbehoorlijk taalgebruik komt er niet op, omdat Prodigy een gezinsnetwerk wil zijn. Dat ging twee jaar goed, maar toen ontstonden er discussies over het beheer van het netwerk. Het ging over het aantal e-mailberichten dat je per maand mocht verzenden en over de censuur. Deze discussie werd de kop ingedrukt. Vervolgens ging ze verder in e-mail, nog steeds op Prodigy. Prodigy beperkte hierop het maximum aantal berichten per dag. Het gevolg was dat mensen naar een ander netwerk gingen. In laatste instantie beslist de markt."

Over het verloop van déze discussie beslist de maag. Het eten is klaar en het kookteam van Rampenplan doet het debat uiteenvallen in vele voortzettingen in de wandelgangen.