ii. Maar bemiddeling verloopt in gradaties. De ene ervaring (ruiken, proeven, sex bijv.) stoelt minder op bemiddeling dan de andere (lezen, telescopie, muziek beluisteren.) Sommige media, met name de 'levende' kunsten zoals dans, toneel, musical en zang, berusten minder op bemiddeling dan bijv. tv, CD of Virtual Reality dat doen. Zelfs onder die media die we gewoonlijk als 'media' beschouwen zijn er die meer en die minder van bemiddeling uitgaan, al naar gelang de mate van deelname die ze van de verbeelding verlangen. Tekst en radio vergen enige verbeeldingskracht, film, tv, in die volgorde, steeds minder. En VR laat -- tot nu toe -- nog wel het minste aan de verbeelding over.
iii. Voor de kunst betekent de tussenkomst van het Kapitaal altijd een verdergaande bemiddeling. Wanneer we stellen dat kunst een waar is geworden wil dat zeggen dat er een bemiddeling, een tussenkomst heeft plaatsgevonden, en dat deze tussenkomst op een breuk, en die breuk op 'vervreemding' neerkomt. De geïmproviseerde huiskamermuziek van een stel vrienden is minder 'vervreemd' dan 'live'-muziek in de Stopera of muziek in de media (op radio, MTV of walkman). We zouden zelfs kunnen zeggen dat gratis of tegen kostprijs per post verspreide cassettes MINDER vervreemd zijn dan de live-muziek van één of ander gigantisch 'We Are The World'-spektakel of die van een nachtclub in Las Vegas, zelfs als het bij het laatste gaat om live muziek gespeeld voor een levend publiek (schijnbaar tenminste), terwijl het in het eerste geval een geluidsopname betreft, geconsumeerd door luisteraars die op afstand en zelfs onzichtbaar blijven.
iv. De ontwikkelingen van HiTech & Laat-Kapitalisme dwingen de kunst tot steeds extremere vormen van bemiddeling. Beiden verbreden ze de kloof tussen de produktie & consumptie van kunst, met als gevolg een evenredige toename van 'vervreemding'.
v. Er is al vaker opgemerkt hoe -- met het verdwijnen van een 'mainstream' en dus van een 'avant-garde' kunst -- alle meer geavanceerde en intensere ervaringen in de kunst vrijwel direct door de media konden worden ingekapseld en zo tot rimram werden gereduceerd, tot hetzelfde als alle andere troep in het schimmenrijk van de waar. Met troep, 'trash', zoals de term opnieuw werd gedefinieerd in, pak 'm beet, Baltimore in de jaren zeventig, hoeft niks mis te zijn -- een persiflage op een soort achteloze folkultur die de onbewustere regionen van het 'populaire' omgeeft en doordringt -- die op zijn beurt deels weer door het Spektakel wordt voortgebracht. 'Trash' begon als een fris & potentieel radicaal concept, dat echter temidden van de huidige Postmodernistische puinhopen danig begint te stinken. Ironische frivoliteit wordt uiteindelijk om van te kotsen. Kunnen we nog SERIEUS zijn zonder SOBER te zijn? (Noot: de Nieuwe Soberheid is natuurlijk niets dan de keerzijde van de Nieuwe Frivoliteit. Hip neo-puritanisme riekt evenzeer naar Reactie als de postmodernistische filosofische ironie & verslagenheid. De Gezuiverde Samenleving is dezelfde als de Uitzinnige Samenleving. Na de hippe ascese-therapie van de jaren negentig rest ons slechts de gang naar de galg. Ironie mag dan saai zijn geworden, zelfverminking was al nooit iets anders dan een afgrond. Weg met frivoliteit -- Weg met de soberheid).
Gratie en schoonheid worden, van Surrealisme tot breakdancing, voer voor de campagnes van McDeath & Co.; 15 minuten en de magie is verdwenen, de kunstvorm zelf zo dood als een pier. De postmoderne mediamagiërs laven zich nu al aan het bloed van 'Trash', als gieren die hetzelfde kadaver blijven opbraken en herkauwen in een obsceen-extatisch narcisme. Weet er iemand waar de uitgang is?
vi. Ware kunst is spel, en het spel is één van de meest directe van alle ervaringen. We kunnen moeilijk verwachten dat zij die het genot van het spel hebben gecultiveerd hun project nu, als een soort politieke stellingname, weer laten vallen (denk aan een 'Kunststaking' of de 'onderdrukking zonder de verwerkelijking' van de kunst, etc.). De kunst zal doorgaan, ongeveer zoals ademen, eten en neuken door zullen gaan.
vii. Toch walgen we van de extreme vervreemding van de kunst, met name die welke plaatsvindt in 'de media', in galeries en in de commerciële uitgeverswereld, in de muziek-'industrie', etc. En we vragen ons zelfs af in hoeverre onze eigen betrokkenheid bij kunstvormen als literatuur, schilderkunst of muziek ons medeplichtig maakt aan een kwalijke abstractie, een verwijdering van de directe ervaring. We missen de directheid van het spel (wat toch in eerste instantie de aanleiding vormde om aan kunst te doen); we missen geur, smaak, aanraking, het gevoel van lichamen in beweging.
viii. De computer, video, radio, drukpers, synthesizers, cassetterecorders, fax- en kopiëerapparaten -- prachtig speelgoed allemaal, maar verschrikkelijke verslavingen. Uiteindelijk kom je erachter dat je er niet 'bij kan zijn', tenzij in levenden lijve. Al deze media kunnen een bijdrage leveren aan onze kunst -- maar ze mogen geen bezit van ons nemen, we kunnen niet toestaan dat ze tussenbeide komen, bemiddelen tussen of ons scheiden van ons animale/geanimeerde zelf. We willen onze media beheersen, i.p.v. door hen beheerst te worden. En herinneren graag aan die occulte martiale kunst die er de nadruk op legt dat het lichaam het minst bemiddelde van alle media is.
ix. Zo eisen wij van onszelf, als kunstenaars & 'cultuurproducenten' die er niet over peinzen zich terug te trekken uit de door ons verkozen media, toch een extreem bewustzijn van directheid, gekoppeld aan de beheersing van enkele methodes om dit bewustzijn als spel te doen postvatten, en wel onmiddellijk (dadelijk) en immediaat (zonder bemiddeling).
x. In het volle besef dat elk kunst-'manifest' vandaag de dag slechts kan stinken naar dezelfde bittere ironie die het had willen bestrijden, roepen wij desalniettemin zonder aarzelen (zonder er al te lang bij stil te staan) een nieuwe 'beweging' uit, het IMMEDIATISME. We menen hiertoe het recht te hebben omdat we het Immediatisme in het geheim zullen beoefenen, om elke mogelijke besmetting door de bemiddeling te voorkomen. In ons openbare leven zullen we doorgaan met het drukken & uitgeven van boeken, het maken van radio & muziek etc., maar privé gaan we iets anders doen, iets wat door iedereen gedeeld maar nooit passief geconsumeerd zal kunnen worden, iets wat openlijk bediscussieerd maar toch nooit door de vertegenwoordigers van de vervreemding begrepen kan worden, iets zonder commerciële mogelijkheden, maar toch van onschatbare waarde, occult maar toch volkomen verweven met ons dagelijks leven.
xi. Het Immediatisme is geen beweging in de zin van een esthetisch programma. Het is afhankelijk van situatie, niet van stijl of inhoud, van boodschap of School. Het kan de vorm aannemen van elk soort creatief spel dat wordt gespeeld door twee of meer mensen, voor en door henzelf, onder elkaar en samen. En zoals bij elk spel zijn spel'regels' niet uitgesloten.
xii. Iedere toeschouwer moet ook deelnemer zijn. De kosten moeten gedeeld worden, evenals evt. uit het spel voortgekomen produkten (die de deelnemers kunnen houden of wegschenken, maar in geen geval mogen verkopen). Het betere spel zal weinig of geen gebruik maken van voor de hand liggende vormen van bemiddeling als fotografie, geluidsopname, druk etc., maar zal eerder neigen naar directere technieken, met gebruikmaking van lichamelijke aanwezigheid, directe communicatie en de zintuigen.
xiii. Een voor de hand liggende basis voor het Immediatisme is het feest. Zo kan een feestmaal een Immediatistisch kunstproject worden, zeker als iedere eter tegelijk ook kok is. De oude Chinezen en Japanners hielden op mistige herfstdagen geur-feesten, waarbij iedere gast zelfgemaakte wierook of parfums meebracht. Op feesten waar men elkaars gedichten moest afmaken werd een slecht couplet met een glas wijn bestraft. Weverswedstrijden, tableaux vivants, cadavres exquises, Bourgondische rituelen zoals Fourier's 'Museumorgie' (erotische kostuums, koketterie en spot), levende muziek en dans -- plunder het verleden voor toepasselijke vormen, en laat je fantasie de rest doen.
xiv. Het verschil tussen een weverswedstrijd uit de vorige eeuw bijv., en een Immediatistische wedstrijd zou gelegen zijn in ons bewustzijn van de beoefening van het Immediatisme als een respons op de ellende van vervreemding en de 'dood van de kunst.'
xv. De Mail Art van de jaren '70 en de fanzine-beweging van de jaren '80 waren pogingen de bemiddeling van de kunst-als-waar te doorbreken, en kunnen als voorlopers van het Immediatisme worden gezien. Toch bleven zij vasthouden aan mediastructuren als posterij en kopiëerwerk, waarmee ze er niet in slaagden het isolement van de spelers te doorbreken, die nooit direct contact hadden. We willen de beweegredenen en ontdekkingen van deze vroegere bewegingen doorvoeren tot hun logische conclusie: een kunst die alle bemiddeling & vervreemding verwerpt, althans voor zover mogelijk in de menselijke staat.
xvi. Verder is het Immediatisme nog niet tot wereldse onmacht gedoemd als ze probeert de openbaarheid van de wereldmarkt te mijden. 'Poëtisch Terrorisme' en 'Kunstsabotage' zijn volkomen logische uitingen van Immediatisme.
xvii. Tenslotte verwachten we dat de beoefening van het Immediatisme schatkamers vol vergeten macht in ons zal blootleggen, een macht die niet alleen onze levens zal veranderen door de verborgen verwerkelijking van het onbemiddeld spel, maar die onvermijdelijk ook zal aanzwellen en uitbarsten en de andere, meer openbare en bemiddelde kunst die we maken zal doordringen.
En we hopen dat die twee elkaar meer en meer zullen benaderen, en wellicht ooit één zullen worden.
:[ Inhoudsopgave ]: - :[ De Tong ]: