Een paar jaar geleden nam ik een hoop secundair materiaal over piraterij door, in de hoop een studie over deze enclaves aan te treffen -- maar naar het scheen had tot nog toe geen enkele historicus ze de analyse waardig bevonden. (William Burroughs heeft het onderwerp te berde gebracht, evenals de Britse anarchist Larry Law, maar een systematisch onderzoek heeft nog niet plaatsgevonden.) Ik wendde me weer tot primaire bronnen en stelde mijn eigen theorie op. Enkele facetten daarvan zullen worden behandeld in dit essay. Ik noemde de nederzettingen 'Piratenutopia's'.
Onlangs publiceerde Bruce Sterling, één van de belangrijkste exponenten van Cyberpunk-science-fiction, een roman over de nabije toekomst, die ervan uitgaat dat de aftakeling van politieke systemen zal leiden tot een gedecentraliseerde toename van experimentele leefvormen: gigantische door arbeiders bestuurde bedrijven, onafhankelijke en aan 'data-piraterij' gewijde enclaves, groen-sociaal-democratische enclaves, zerowerk-enclaves, anarchistische bevrijde zones, etc. De informatie-economie waardoor deze diversiteit wordt gedragen heet het Net; de enclaves (en de titel van het boek) zijn Eilanden in het Net.
De middeleeuwse Assassijnen stichtten een Staat die bestond uit een netwerk van afgelegen bergvalleien en kastelen, door duizenden mijlen van elkaar gescheiden, strategisch immuun voor invasie, met elkaar verbonden door de informatie-uitwisseling van geheim-agenten, in oorlog met alle regeringen en gewijd aan niets anders dan kennis. De moderne technologie, culminerend in de spionage-satelliet, maakt van zo'n soort autonomie een romantische droom. Geen pirateneilanden meer! In de toekomst zou dezelfde technologie -- bevrijd van alle politieke controle -- een complete wereld van autonome zones mogelijk kunnen maken. Momenteel echter blijft het hele idee inderdaad science fiction -- pure speculatie.
Zijn wij, die in het heden leven, gedoemd om nooit autonomie mee te maken, nooit zelfs maar een moment lang op een uitsluitend door vrijheid geregeerde bodem te staan? Zijn we veroordeeld tot heimwee naar het verleden of heimwee naar de toekomst? Moeten we wachten tot de hele wereld bevrijd is van politieke overheersing voordat één van ons kan zeggen dat zhij weet wat vrijheid is? Logica en emotie sluiten zich aaneen om zo'n veronderstelling te verwerpen. De rede eist dat men niet kan strijden voor iets dat men niet kent, en het hart komt in opstand tegen een universum, dat wreed genoeg is om een dergelijk onrecht alleen op onze generatie te doen neerkomen.
Te stellen dat 'ik niet vrij zal zijn totdat alle mensen (of alle bewuste wezens) vrij zijn' is niets anders dan toe te geven aan een soort nirwana-verlamming, af te zien van onze menselijkheid en onszelf te definiëren als losers.
Ik geloof dat door middel van extrapolatie van verhalen uit verleden en toekomst over 'eilanden in het net' bewijzen kunnen worden verzameld dat een bepaald soort 'vrije enclave' ook in onze tijd niet alleen mogelijk is, maar zelfs al bestaat. Al mijn onderzoekingen en speculaties zijn uitgekristalliseerd rond het concept van de TIJDELIJKE AUTONOME ZONE (hierna afgekort als TAZ). Ondanks de synthetiserende werking ervan voor mijn eigen denken is het niet mijn bedoeling dat de TAZ wordt opgevat als meer dan een essay ('poging tot'), een suggestie, een poëtische dagdroom. Ondanks het soms Ranteriaans enthousiasme van mijn taal, is het niet mijn bedoeling politieke dogma's te construeren. In feite heb ik nadrukkelijk vermeden de TAZ te definiëren -- ik omcirkel het gegeven, vuur onderzoekende stralen af. Uiteindelijk is de TAZ bijna zelf- verklarend. Mocht de kreet gangbaar worden, dan zal ze zonder moeite worden begrepen... begrepen in de daad.
:[ Inhoudsopgave ]: - :[ Wachten op de Revolutie ]: