Revolte of insurrectie, dat zijn de woorden die de historici gebruiken om mislukte revoluties aan te duiden -- bewegingen die niet de verwachte curve, het consensus-dragende traject volgen van revolutie via reactie en verraad naar het stichten van een sterkere en zelfs nog onderdrukkender Staat -- het draaien van het wiel, de wederkeer van de geschiedenis, keer op keer, tot haar hoogste vorm: een laars die voor eeuwig op het smoel van de mensheid wordt gedrukt.
Doordat de opstand weigert deze curve te volgen, gaat ze uit van de mogelijkheid van een beweging buiten en voorbij de Hegeliaanse spiraal van de 'vooruitgang' -- die stiekem niets anders voorstelt dan een vicieuze cirkel. Surgo -- verrijs, zwel aan. Insurgo -- verrijs, verhef jezelf. Een autonome actie. Een vaarwel aan de miserabele parodie op de karmische rondgang, de historisch-revolutionaire futiliteit. De leus 'Revolutie!' is gemuteerd van alarmkreet tot antidotum, een kwaadaardige, pseudo-gnostische lotsval, een nachtmerrie waarin we, ongeacht onze strijd, nooit ontkomen aan die boze aeon, die incubus die de Staat is, de ene staat na de ander en iedere 'hemel' geregeerd door de zoveelste kwaadaardige engel.
Als de geschiedenis de 'Tijd' IS, zoals ze beweert, dan is de opstand een moment dat op en uit de Tijd springt en de 'wet' van de geschiedenis doorbreekt. Als de Staat de geschiedenis IS, zoals ze beweert, dan is de opstand het verboden moment, de onvergeeflijke ontkenning van de dialectiek -- de shimmy die hopla de schoorsteenpijp uit danst, de beweging van een sjamaan, uitgevoerd in een 'onmogelijke hoek' op het universum.
De geschiedenis beweert dat de revolutie 'duurzaamheid' of minstens duur bereikt, terwijl de opstand 'tijdelijk' is. In deze zin is de opstand zoiets als een 'piekervaring', in de zin van tegengesteld aan de norm van 'normaal' bewustzijn en normale ervaring. Net als grote feesten kunnen opstanden niet iedere dag plaatsvinden -- anders zouden ze niet ongewoon zijn. Maar dergelijke momenten van intensiteit geven vorm en inhoud aan een heel bestaan. De sjamaan keert terug -- je kunt niet eeuwig uit je dak gaan -- maar de zaken zijn veranderd, verschuivingen en samensmeltingen hebben plaatsgevonden -- een verschil is tot stand gebracht.
Men kan tegenwerpen dat dit betoog gegrondvest is op wanhoop. Hoe zat het met de anarchistische droom, de staatloze staat, de commune, de beklijvende autonome zone, een vrije samenleving, een vrije cultuur? Moeten we die hoop laten varen in ruil voor één of andere existentialistische acte-gratuit? Het gaat niet om bewustzijnsverandering, maar om het veranderen van de wereld!
Ik vind dit een redelijke kritiek. Ik zou twee tegenwerpingen willen maken: ten eerste heeft revolutie tot op heden nog nooit geleid tot de verwerkelijking van deze droom. Het visioen komt tot leven in het moment van de opstand -- maar zodra 'de revolutie' triomfeert en de staat weerkeert, zijn droom en ideaal verraden. Ik heb de hoop op of de verwachting van verandering niet opgegeven -- maar ik wantrouw het woord revolutie. Ten tweede: zelfs als we de revolutionaire benadering vervangen door het concept van een spontaan tot anarchistische cultuur opbloeiende opstand, dan nog is onze eigen specifieke historische situatie niet bijster geschikt voor een onderneming van zo'n omvang. Een onzinnig martelaarschap zou momenteel het enige gevolg zijn van een frontale confrontatie met de staat van het beeldscherm, de staat van het mega-informatieconcern, het rijk van spektakel en simulatie. Al haar geweren zijn op ons gericht, terwijl ons beperkte arsenaal alleen maar kan worden gericht op een hysteresis, een rigide leegte, een spook, in staat om iedere vonk te doven in een ectoplasma van informatie, een door het beeld van de smeris en het absorberende oog van het tv-scherm geregeerde samenleving van de capitulatie.
We pleiten dus niet voor de TAZ als exclusief doel op zich, ter vervanging van alle andere vormen van organisatie, tactieken en doelen. We bevelen haar aan, omdat ze kan voorzien in de verrijking die aan opstanden eigen is, zonder onvermijdelijk te leiden tot geweld en martelaarschap. De TAZ is een opstand die zich niet direct met de Staat inlaat, een guerilla-operatie die een gebied (geografisch, in de tijd, of van de geest) bevrijdt en zich dan ontbindt om elders/ooit weer te verschijnen, voordat de Staat haar kan verpletteren. Omdat de staat zich voornamelijk bezighoudt met simulatie en niet met inhoud, kan de TAZ vrij lang in betrekkelijke vrede deze gebieden clandestien 'bezetten' en er haar feestelijke doeleinden nastreven. Misschien hebben bepaalde kleine TAZ's het een leven lang uitgehouden, omdat ze onopgemerkt bleven, zoals boerenenclaves in het zuiden van de V.S. -- omdat ze nooit met het spektakel kruisten, zich nooit vertoonden buiten dat echte leven dat onzichtbaar blijft voor de simulatieagenten.
Babylon ziet haar abstracties voor realiteiten aan: precies binnen deze vergissingsmarge kan de TAZ ontstaan. De TAZ op gang brengen kan inhouden dat er gewelds- en verdedigingstactieken worden gebruikt, maar haar grootste kracht ligt in haar onzichtbaarheid -- de staat kan haar niet herkennen omdat de geschiedenis haar niet kan definiëren. Zodra de TAZ wordt benoemd (vertegenwoordigd, bemiddeld), moet ze verdwijnen, zal ze verdwijnen en slechts een leeg omhulsel achterlaten, enkel om ergens anders weer op te duiken, eens te meer onzichtbaar want ondefiniëerbaar in termen van het spektakel. Zo is de TAZ een perfecte tactiek voor een tijdperk waarin de staat alomtegenwoordig en oppermachtig is en tegelijkertijd vergeven van de barsten en lege ruimten. Omdat de TAZ een microkosmos is van de 'anarchistische droom' van een vrije cultuur, kan ik me geen betere tactiek voorstellen om naar dat doel te werken en tegelijk al hier en nu wat van de voordelen ervan te beleven.
Samenvattend eist een realistische instelling niet alleen dat we ophouden op 'de revolutie' te wachten, maar ook dat we ophouden haar te willen. 'Opstand', ja -- zo vaak mogelijk en zelfs met het risico van geweld. Het stuiptrekken van de gesimuleerde staat zal 'spectaculair' zijn, maar in de meeste gevallen zal het de beste en radicaalste tactiek zijn om te weigeren je met spectaculair geweld in te laten, je terug te trekken van het terrein van de simulatie en te verdwijnen.
De TAZ is een kampement van guerilla-ontologisten: hit & run. Houd de hele stam in beweging, al bestaat hij slechts uit data in het Web. De TAZ moet in staat zijn zich te verdedigen, maar zowel de 'aanval' als de 'verdediging' zouden, indien mogelijk, het geweld van de staat moeten zien te omzeilen, dat allang zinloos geweld is geworden. De aanval is gericht tegen beheersingsstructuren, in wezen tegen ideeën: de verdediging is 'onzichtbaarheid', een martiale kunst, en 'onschendbaarheid' -- een 'occulte' kunst binnen de martiale kunsten. De 'nomadische oorlogsmachine' verovert zonder te worden opgemerkt en verplaatst zich nog voor de plattegrond kan worden aangepast. Wat de toekomst betreft -- alleen autonomen kunnen autonomie plannen, organiseren, creëren. Het betreft hier een autonome actie. De eerste stap heeft wel iets van satori -- het besef dat de TAZ begint met een eenvoudige daad van besef (zie Appendix C, Renzo Novatore's citaat).
:[ Tijdelijke Autonome Zone ]: - :[ Inhoudsopgave ]: - :[ De psychotopologie van het dagelijks leven ]: